Improvisatieoefening; Eén woord per keer

Doel van de oefening
In samenwerking controle kunnen weggeven, je eigen idee kunnen loslaten om samen tot een geheel nieuw idee te komen, ideeën van een anderondersteunen, goed luisteren en spontaan durven zijn.

Opdracht
Maak een tweetal en ga tegenover elkaar staan. Samen vertel je een niet bestaand verhaal, door om beurten één woord aan het verhaal toe te voegen.

Dus: A "Piet", B "liep", A "op", B "straat", A "en", B "zag" etc.

Bespreek na en doe een herkansing met daarbij de tip: maak het de ander eens zo makkelijk mogelijk!

Een variant op de oefening zetten we regelmatig in ter evaluatie van onze workshops. De deelnemers zitten/staan in een kring en iedereen mag in volgorde een woord toevoegen aan de evaluatie. Regel is wel dat er een mooie vloeiende zin ontstaat.
 

Bronnen: Werk in Uitvoering, Van der Wijk en Van der Steen en Training to imagine van Kat Koppett.