De Landkaart

De trainer vertelt dat de vloer van de ruimte is veranderd in een grote landkaart en visualiseerd dat ook. Hij geeft aan waar het noorden is, loopt via de oostgrens naar het zuiden en gaat daarna in het westen staan.

De deelnemers nemen nu aan dat het een landkaart is. Vervolgens stellt de trainer de deelnemers een aantal vragen met het verzoek om op de juiste plek op de landkaart te gaan staan. Goede vragen hierbij zijn:

Ga op de plek staan:

  • Waar je vanochtend bent vertrokken?
  • Waar je eerste bijbaantje was?
  • Waar je je eerste zoen kreeg ?
  • Waar je favoriete klant zit?
  • Waar je het meeste succes had ?
  • Waar het beste concert dat je hebt meegemaakt was?
  • Waar je mooiste vakantie was?

De vragen kunnen varieren van zakelijk tot meer persoonlijk of privé. We stemmen dit altijd af op de vraag en de doelgroep. Daarnaast zijn de vragen altijd positief. Dit heeft twee redenen. Ten eerste vinden de deelnemers het makkelijker en leuker om daar over te vertellen (minder schroom) en het terug halen van leuke gebeurtenissen heeft een positief effect op de algemen beleveing van de workshop, training of event.

De kaart kan overigens varieren van grootte. Zo kan de kaart van Nederland veranderen in die van Europa of van de wereld.

Na elke vraag laten we de deelnemers even kort vertellen waar ze staan en waarom ze daar staan (wat was er zo leuk aan die plek? Hoe was de sfeer? Waarom kan je ons die vakantiebestemming aanraden?).
 

Bronnen: Werk in Uitvoering, Van der Wijk en Van der Steen en Training to imagine van Kat Koppett.