Billy Billy Bob

Doel van de oefening
Plezier vinden in het maken van fouten (faalplezier), waardoor het makkelijker wordt om risico's te nemen bij improviseren en leren.

Spelregels
Alle deelnemers staan in een kring. A staat in het midden. Hij kijkt een deelnemer (B) aan en roept "Billybillybob". B moet, voordat A is uitgesproken 'Bop' roepen. Is hij (B) te laat, dan is hij af en wisselt hij met A.

Het doel van A is dus om B een fout te laten maken. Na een aantal rondes waarbij dit gebeurt door het roepen van "Billybillybob" door A, komen er nieuwe mogelijkheden bij. Het spel wordt daarbij steeds moeilijker en daarmee leuker: er worden namelijk steeds meer fouten gemaakt!

Coach de deelnemers op faalplezier en het nemen van risico's. Eventueel kun je de strategieën die genomen worden om het maken van fouten te vermijden met de groep bespreken.

Naast het roepen van "Billybillybob" heeft A nog extra mogelijkheden. In plaats van "Billybillybop" kan iemand ook:

  • "Bob" roepen. B moet nu niet reageren. Zegt B per ongeluk toch "bob", dan is hij af.
  • "Olifant" roepen. B maakt met zijn twee buren een olifant. B maakt een "slurf", door met zijn rechterarm zijn neus te pakken en zijn linkerarm erdoorheen te steken. De twee buren van B beelden met hun armen de oren van de olifant uit. Dit (en ook de volgende mogelijkheden) moet binnen drie seconden gelukt zijn, anders is B af. A telt na het roepen van '"olifant" hardop tot drie. B is altijd degene die af is, ook al maken zijn buren de fout.
  • "Broodrooster" roepen. B springt omhoog als een bijna verbrande boterham en roept "ping!". De buren van B strekken hun arm voor en achter de springende boterham, zij beelden de broodrooster uit.
  • "James Bond" roepen. B is James Bond (met zijn armen over elkaar heen en een "pistool" langs zijn neus). De buren van B zijn de "Bondgirls", ze buigen naar James en roepen met hoge stem: "oooh, James".

De variaties hierop zijn eindeloos te verzinnen. Het is leuk als er altijd een geluidje bij zit (mail ons je variaties!).

Een mooie laatste variatie is de "totale improvisatiefase". A mag zelf een suggestie verzinnen voor B. B moet dit in vijf seconden met zijn burenimproviseren (bijvoorbeeld: "brandweerslang"). A bepaalt of het goed is gelukt. Om het faalplezier te bevorderen krijgt B een groot applaus als het niet gelukt is.

 

Bronnen: Theater uit het niets, Andre Besseling en Toi Toi Toi, Doris Elzinga en Rob Smallegoor.